Recensie

Elektra. Haat en wraak in elk van ons

Hoe modern is klassiek? De Griekse klassieke tragedies blijven inspireren, terwijl het klassieke Grieks (en een algemene culturele vorming) in onderwijs en opleiding almaar meer terrein verliest. Nochtans verwijzen de mythen waarop dat oude theater is gestoeld naar de meest elementaire dingen en gedragingen van elk mens in gelijk welke tijd.

Elektra - © Phile Deprez
Elektra – © Phile Deprez

Dat geldt zeker voor Elektra, een jonge vrouw die in de tragedies van Aeschylus, Sophocles en Euripides met gruwelijke toestanden wordt geconfronteerd in een samenleving van heerszuchtige mannen en, op een of andere manier, medeplichtige vrouwen.

Elektra ziet hoe haar vader, Agamemnon, bij zijn terugkeer uit de Trojaanse Oorlog door haar moeder, Klytaimnestra, wordt vermoord. Agamemnon had, om de goden ter wille te zijn die hem een overwinning op Troje beloofden, zijn dochter Iphigeneia (al dan niet) geofferd. Wanneer hij dan terugkeert met zijn minnares Kassandra, is voor Klytaimnestra, intussen verloofd met Aigisthos, de maat vol. Elektra, die bovendien haar verbannen broer Orestes mist, groeit op onder de willekeur van haar moeder en stiefvader en zint op wraak. Wanneer de doodgewaande Orestes terugkeert en Klytaimnestra haar gelijk bepleit, wordt ook Elektra een moordenares.

De versie bij het NTGent (co-productie Nationaal Toneel, Nederland) van Bernard Dewulf, in samenwerking met regisseur Julie Van den Berghe, sluit aan bij de vele versies die sedert Nietzsche van de Griekse drama’s zijn gerealiseerd en waarin situaties en personages zovele verwijzingen zijn naar nieuwe benaderingen en bevindingen van het menselijk tekort. Het zijn niet langer meer goden of een god waarop een mens zich verlaat of die hij ter verantwoording roept. Het dramatisch gebeuren overstijgt nu zowel de mythe als de historische context. Haat en wraak zijn wel degelijk eigen aan de mens. Oorlog en moord zijn inmiddels genummerd en gecatalogeerd en worden geregeld feestelijk herdacht.

De Nederlandse auteur en artistiek leider Koos Terpstra schreef rond het jaar 2000 Mijn Elektra in volle Kosovo-crisis. Het stuk ging niet expliciet over dit conflict, maar men kon wel de verwijzing er naar, aanvoelen. Ook in Elektra van het NTGent wordt het publiek deelachtig aan een zoektocht naar de mechanismen van het kwaad binnen een clan met politieke ambities.

Elektra - © Phile Deprez
Elektra – © Phile Deprez

Chris Thijs toont een onwrikbaar statige Klytaimnestra. Een uiterst beheerste vertolking. Een Margret Tatcher-houding denk je spontaan, en eventjes komt ook Tatchers Falklandoorlog(je), 1982, ongeveer 900 doden, in herinnering. Maar je merkt ook dat Klytaimnestra met meer dan één probleem zit opgescheept. Lien Wildemeersch en Anne-Chris Schulting vertolken meerdere rollen. Eerst zijn ze onschuldige meisjes, dicht bij elkaar in één kleedje, dochtertjes van Agamemnon en Klytaimnestra, waarvan ééntje, Iphigeneia wellicht zal geofferd worden. Later zijn Elektra (Wildemeersch) en haar tweede zus, Chrysothemis (Schulting), elkaars tegenpolen. De actrices laten zich opmerken door een jonge, soepele, soms acrobatische uitbeelding van gevoelens. Net iets te lang. Als Kassandra, minnares en waarzegster die niemand wil geloven, houdt Schulting een mooi pleidooi voor begrip. Dat is ook de houding van Elektra. Ze staat geïsoleerd in een troebele situatie, in een gezin dat al langer verziekt is, dat meer een gezwel gelijkt dat elk ogenblik kan openbarsten. Zij heeft Orestes, haar verbannen broer, dringend nodig om de verschrikkelijke keuze die ze meent te moeten maken, ten uitvoer te helpen brengen.

Jaap Spijkers als Agamemnon en Servé Hermans in meerdere rollen, blijven op afstand. Ze zijn vooral getuigen die van uit een raam of van achter een stukje muur oplettend aanwezig zijn. Het decor is trouwens in die zin opgevat dat het zowel het verloop van de tijd als het wisselen van verblijf oproept. Dat kan omdat het decor (Niek Kortekaas) door de spelers via een spoor wordt verplaatst al naargelang de situatie. Het is een robuuste constructie, deels een betonnen bunker, deels een monumentale zaal suggererend. Alweer een mogelijkheid voor de kijker om er een eigen ruimte bij te bedenken. Als toemaatje is het traditionele koor uit de Griekse tragedie herleid tot een trio muzikanten die met hun blaasinstrumenten hollend over de scène It’s a long way to Tipperary laten klinken, meteen een ‘herdenken’ van zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog.

Elektra - © Phile Deprez
Elektra – © Phile Deprez

Voor het script van Elektra heeft Bernard Dewulf onder meer de Oresteia en verschillende bronnen en beschouwingen over oorlogen ingekeken. Er was ook een getuigenis van de zus van Julie Van den Berghe, Annabelle, al enkele jaren oorlogscorrespondente in het Midden-Oosten. Aan de spelers van Elektra werd gevraagd brieven naar mekaar te schrijven met hun persoonlijke kijk en attenties, gelinkt aan ervaringen tijdens de improvisaties op de vloer.

In de samenwerking tussen auteur Dewulf en regisseur Van den Berghe is het vooral de regie die de toon zet. In vorige samenwerkingen, Een Lolita, Cyrano, ging het meer om tekstbewerking en -verwerking, heerlijk stilistisch poëtisch geïnterpreteerd door Dewulf, een interpretatie die ook in de regie tot haar recht kwam. In Elektra gaat het meer om een bijna filosofisch abstraheren en nadenken over leven en dood, over vandaag en morgen en hoe die ‘morgen’ er kan uitzien. Een vraag die zich opdringt wanneer jongeren zich gebruikt voelen of zich laten gebruiken voor haat en wraak.

Julie Van den Berghe is jong. Ze is als regisseur begonnen in 2000 en met Elektra wil ze de situatie van de vrouw en moeder in een mannenwereld tonen, bekijken, analyseren, interpreteren. Een problematiek die meerdere lagen dik is. Elektra als onderzoekstheater? Theater als blikopener?

Info: www.ntgent.be